Bestuur

Drie machten

De staatsmacht is in België verdeeld over drie machten: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Elke macht controleert en beperkt de andere machten. Dit principe van de scheiding der machten staat echter niet uitdrukkelijk in de grondwet en is ook niet absoluut.

De federale wetgevende macht maakt de wetten en controleert de uitvoerende macht. Ze wordt uitgeoefend door het parlement en de koning. Het parlement bestaat uit twee kamers, de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De federale uitvoerende macht bestuurt het land. Ze zorgt ervoor dat de wetten in concrete gevallen worden toegepast en nageleefd. De uitvoerende macht wordt uitgeoefend door de koning en zijn regering van ministers en staatssecretarissen.

De rechterlijke macht doet uitspraak over geschillen en wordt uitgeoefend door hoven en rechtbanken. Ze controleert ook de wettelijkheid van de daden van de uitvoerende macht.

De scheiding der machten geldt ook op het niveau van de gemeenschappen en de gewesten. Ze hebben elk een aparte wetgevende en uitvoerende macht. De rechterlijke macht wordt echter voor de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten door dezelfde instanties uitgeoefend. 

Democratie

België is een democratie. De Belgische staat wordt geleid door volksvertegenwoordigers die het volk zelf kiest.

Een democratie steunt op een aantal pijlers. Ze eerbiedigt het principe van de rechtsstaat en er gelden vrijheidsrechten zoals de vrijheid van meningsuiting. Wetgeving en rechtspraak zijn essentieel. Een democratisch land houdt vrije verkiezingen waarbij de burgers kunnen kiezen voor verscheidene partijen. De inwoners genieten van sociale en sociaal-economische rechten, maar hebben ook plichten.

Net als andere democratische landen, steunt ook de Belgische democratie op deze pijlers. In België geldt daarenboven de scheiding der machten. De wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht zijn gescheiden en controleren elkaar.

De Belgische burgers hebben een controlemogelijkheid over hun verkozenen omdat er op een regelmatige basis verkiezingen zijn. Het stemrecht is algemeen en verplicht. De vertegenwoordigers die door het volk verkozen werden zijn in België gegroepeerd in een aantal politieke partijen. De vertegenwoordigers zetelen in parlementen wat België tot een parlementaire democratie maakt.

De rubriek 'Democratie' geeft toegang tot informatie over enkele pijlers en essentiële elementen van de Belgische democratie.

Federale overheid

Binnen de federale overheid wordt de wetgevende macht uitgeoefend door enerzijds het federaal parlement, dat is samengesteld uit twee vergaderingen (de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat), en anderzijds de koning. De koning oefent geen persoonlijke macht uit. Zijn ministers (de federale regering) dragen de volle verantwoordelijkheid door de wetsontwerpen, die door het parlement werden aangenomen, en de koninklijke besluiten mede te ondertekenen.

De bevoegdheid

Grof geschetst omvatten de bevoegdheden van de federale overheid eigenlijk alles wat te maken heeft met het algemene belang. In het algemene belang van alle Belgen beheert de federale staat bij voorbeeld financiën, leger, justitie, sociale zekerheid, buitenlandse zaken evenals belangrijke delen van volksgezondheid en van binnenlandse zaken, ... Hierover is dus de federale overheid bevoegd.

De federale overheid behoudt een aanzienlijk "gemeenschappelijk erfgoed". Daaronder valt onder andere het gerechtelijk apparaat, het leger, de federale politie, het toezicht over de politiediensten, de sociale zekerheid en de belangrijke wetten over sociale bescherming (werkloosheid, pensioenen, kinderbijslag, ziekte- en invaliditeitsverzekering), de overheidsschuld, het monetaire beleid, het prijs- en inkomensbeleid, de bescherming van het spaargeld, kernenergie, de overheidsbedrijven (zoals de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, bpost (vroeger De Post)), de federale wetenschappelijke en culturele instellingen. Bovendien blijft de federale staat verantwoordelijk voor de verplichtingen van België en zijn gefederaliseerde instellingen ten overstaan van de Europese Unie of van de NAVO.

De federale overheid is eveneens bevoegd voor alles wat niet uitdrukkelijk onder de bevoegdheid valt van de gemeenschappen en de gewesten. De federale staat is tevens bevoegd voor de uitzonderingen en beperkingen op de bevoegdheden van de gemeenschappen en de gewesten.

De gemeenschappen zijn bijvoorbeeld autonoom op het vlak van onderwijs, maar de minimale vereisten voor de aflevering van diploma's blijven een aangelegenheid van de federale overheid, net zoals de leerplicht en de pensioenregeling.

De rol van de monarchie

Begin 1831 kondigde het Nationaal Congres, dat aan de basis lag van de nieuwe staat, de Belgische grondwet af; België werd een grondwettelijke en parlementaire monarchie. Het volgende probleem voor het Congres was een kandidaat te vinden voor de functie van Koning der Belgen. Uiteindelijk viel de keuze op Prins Leopold van Saksen-Coburg-Gotha.

Zo ontstond de Belgische dynastie, de eerste monarchie in deze gewesten die rechtstreeks werd gekozen door de verkozen vertegenwoordigers van het volk. Binnen die grondwettelijke structuur hebben de opeenvolgende koningen, in overleg met de andere beleidsorganen, geleidelijk een monarchale praktijk uitgebouwd.

De buitenlandse activiteiten van de koning en de audiënties die hij verleent aan vele Belgische en buitenlandse personaliteiten, halen vaak de media. Af en toe houdt de koning ook toespraken. Hij kent echter geen interviews toe en hij praat niet in het openbaar over politiek. Hij treedt ook niet in discussie met andere openbare figuren. Op het politieke vlak is zijn optreden steeds discreet en moeilijk te doorgronden. Dat kan enigszins verrassend lijken in een tijd waar alles openstaat voor debat. Die vaststelling zou het publiek kunnen misleiden met betrekking tot de werkelijke draagwijdte van het optreden van de vorst en de ware aard van de koninklijke functie. Dat probleem is te wijten aan twee oorzaken. De eerste oorzaak houdt verband met de aard van een constitutionele en parlementaire monarchie. De tweede oorzaak moet worden gezocht in de manier waarop het openbare leven in België is geëvolueerd sinds 1830.

Zoals twee leden van het Nationaal Congres stelden, was het in 1831 de bedoeling een grondwet uit te werken voor een republikeinse monarchie of een grondwettelijke vorst met republikeinse instellingen. Hiertoe schaarde het Congres zich achter het principe van de ministeriële verantwoordelijkheid. Volgens dat beginsel moeten alle daden van de koning gedekt worden door een minister, die hiervoor de verantwoordelijkheid op zich neemt. De koning zelf wordt ontheven van elke verantwoordelijkheid. Voor de uitoefening van zowel de wetgevende (het indienen en goedkeuren van wetten) als de uitvoerende macht, moeten de koning en zijn ministers gezamenlijk optreden.

De tweede reden waarom het publiek zich moeilijk een beeld kan vormen van de politieke rol van de koning heeft te maken met de manier waarop de machtsuitoefening in het algemeen en de openbare besluitvorming in het bijzonder geëvolueerd zijn sinds 1830.

De geleidelijke invoering van het universeel stemrecht en de politieke, economische en sociale evolutie hebben geleid tot een herverdeling van de macht binnen de officiële instellingen en een toenemend belang van de feitelijke bevoegdheden.

Men heeft immers een verzwakking van de rol van het parlement vastgesteld ten voordele van de uitvoerende macht. Binnen de uitvoerende macht zelf werd de rol van koning enigszins ingeperkt in vergelijking met de eerste minister en de andere ministers.

Binnen die steeds complexere structuur wordt de rol van elk van de grondwettelijke machten steeds minder zichtbaar. Dat geldt meer in het bijzonder voor de rol van de monarch.

Eigenlijk is de koning het symbool van de eenheid en de instandhouding van de natie, en tevens een bemiddelaar in het politieke veld, een rol waarbij voorzichtigheid en discretie geboden zijn.

De politieke rol van de koning

Op grond van zijn politieke functie kan de koning geen persoonlijk gezag uitoefenen. Via suggesties, advies, waarschuwingen en aanmoedigingen kan de koning enkel invloed uitoefenen op de politieke hoofdrolspelers. Zijn optreden past in een sfeer van continuïteit, van langetermijnobjectieven en "grootse plannen" voor het land en de staat.

Dialoog

De koning vervult zijn rol via een permanente dialoog met alle actoren van het politieke besluitvormingsproces. In een land als België blijft die dialoog niet beperkt tot de leden van het parlement en de regering. De koning treedt ook in contact met talrijke andere organen die een rol spelen in het besluitvormingsproces. Daarom ontmoet de koning niet enkel vertegenwoordigers van de politieke wereld maar van alle groeperingen die in het land enige invloed hebben op economisch, sociaal, academisch, cultureel of sportief vlak. Tegelijkertijd vormen die ontmoetingen, waarvan de inhoud steeds geheim blijft, een waardevolle bron van informatie voor de koning, waardoor hij concreet vorm kan geven aan zijn functie.

Het belang en de invloed van het politieke optreden van de koning varieert naargelang van de omstandigheden en het ritme van het openbaar leven. Op bepaalde ogenblikken treedt de koning duidelijker op de voorgrond. Dit gebeurt onder andere na de verkiezingen, wanneer hij een informateur en daarna een formateur aanduidt.

De eed

Overeenkomstig artikel 91 van de Belgische grondwet neemt de koning eerst bezit van de troon nadat hij, in een vergadering van de verenigde kamers van het parlement, de volgende eed plechtig heeft afgelegd: "Ik zweer dat ik de grondwet en de wetten van het Belgische volk zal naleven, ‘s lands onafhankelijkheid handhaven en het grondgebied ongeschonden bewaren."

Wat is nu de precieze betekenis en draagwijdte van die eed? In de eerste plaats vertaalt die eed, zoals de grondwet het stelt, een plechtige persoonlijke verbintenis. De specifieke vermelding van de onafhankelijkheid van het land en de onschendbaarheid van het grondgebied vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in de historische omstandigheden op het ogenblik dat de grondwet werd opgesteld, toen België net vorm kreeg als soevereine staat, na eeuwenlange betwistingen omtrent zijn grenzen. De Belgische koningen hebben die twee punten steeds als één van hun bijzondere verplichtingen beschouwd.

Andere functies

De koning combineert die politieke rol met een aantal andere functies.

Zo is hij ook opperbevelhebber van de strijdkrachten. In de loop van de Belgische geschiedenis heeft de interpretatie van die tekst aanleiding gegeven tot veel controverse en zelfs conflicten tussen sommige vorsten en hun regeringen. De kern van het probleem was of de militaire rol van de koning in oorlogstijd valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Vandaag stelt dat probleem zich niet langer in de praktijk, aangezien het hele Belgische leger in een dergelijke situatie onder het geïntegreerde NAVO-bevel zou komen te staan.

Niettemin heeft de militaire rol van de koning zijn betekenis niet helemaal verloren. Een van de belangrijkste taken van de koning bestaat er nog steeds in te waken over de handhaving van de troepen. Bovendien dient hij de politieke wereld en de publieke opinie te herinneren aan de nationale en internationale verplichtingen van België inzake landsverdediging.

Een ander aspect van de rol van de koning ligt in zijn dagdagelijkse bezigheden waarbij hij bij ministers bemiddelt in naam van burgers die op hem een beroep doen om gerechtigheid te bekomen in hun contacten met het politiek en administratief systeem.

De symbolische rol van de koning

In de ruimste betekenis van het woord vormt de politieke rol van de koning één van de twee belangrijkste facetten van de koninklijke functie. Het tweede facet is de symbolische en representatieve functie. Die rol houdt verband met de sociale dimensie van de monarchie en moet los worden gezien van de politieke opdracht.

De symbolische functie van de koning is bijzonder moeilijk te omschrijven, aangezien we ons op een terrein begeven waar rede en gevoel zich vermengen.

Vertegenwoordiger van de natie

De koning is niet de vertegenwoordiger of de belichaming van de staat, of met andere woorden van het machtsapparaat, maar wel van de natie, of liever het land. Het is in die hoedanigheid dat hij naar het buitenland reist om er beleefdheids- of vriendschapsbezoeken af te leggen, en er het positieve imago van België uit te dragen. De feitelijke draagwijdte en het resultaat van die bezoeken hangt vooral af van de indruk die de vorsten maken en van de huidige betrekkingen tussen de landen in kwestie: hier spelen dus tegelijk representatieve en politieke (of diplomatieke) aspecten mee.

Het is ook als vertegenwoordiger van de natie dat de koning, daarin bijgestaan door de koningin, bij allerlei gelegenheden bezoeken aflegt in eigen land. Op die manier legt hij zijn oor te luisteren voor de bevolking. Hij moedigt ook de sociale, economische en culturele ontwikkeling aan van de talrijke microkosmossen waaruit het land is samengesteld. Hij geeft daarbij niet alleen blijk van zijn persoonlijke belangstelling, hij wil verdienstelijke personen of mensen met bepaalde verwezenlijkingen ook laten zien dat de gemeenschap hen naar waarde weet te schatten en hen de verdiende eer bewijzen.

Deze activiteiten en gebaren zijn een privilege voor de begunstigden. Slechts weinigen blijven onverschillig tegenover zoveel eerbetoon.

Hoewel de monarchie in België past in de wettelijke en rationele grondwettelijke structuur, draagt zij tegelijkertijd een gevoelsboodschap in zich, die zij put uit haar oude wortels en continuïteit.

De middelen waarover de koning beschikt

Om zijn functie te vervullen kan de koning vanzelfsprekend rekenen op de steun van het hele bestuurs- en administratief apparaat van het land. Sinds de oprichting van de monarchie in België wordt algemeen aanvaard dat de koning de mogelijkheid moet krijgen vrij te beschikken over persoonlijke medewerkers en materiële middelen. Hiertoe voorziet de grondwet in een Civiele Lijst. Dat is geen salaris maar als het ware een institutioneel budget waarmee hij zijn medewerkers vergoedt, de koninklijke residenties onderhoudt, zijn persoonlijke uitgaven dekt, alsook de onthaal- en representatiekosten.

In diezelfde context ontstond het Huis van de koning, met vier afdelingen die alle medewerkers van de koning omvatten: het departement van de grootmaarschalk (representatie), het Kabinet van de koning (politiek, administratie, public relations), het Militair Huis (betrekkingen met de strijdkrachten en de minister van Landsverdediging) en de Civiele Lijst (financiën en beheer van het Huis).

De koning binnen de nieuwe staatsstructuur

Bij elke hervorming van de staatsstructuur dient de koning twee standpunten met elkaar te verzoenen.

Als staatshoofd bestaat zijn grondwettelijke rol er in de eenheid tussen alle Belgen te verzekeren en die eenheid te handhaven om het voortbestaan van het koninkrijk te waarborgen.

Sinds 1970 werd België doorheen een reeks institutionele hervormingen geleidelijk omgevormd tot een federale staat, samengesteld uit gemeenschappen en gewesten.

Op juridisch vlak is er slechts één verband tussen de deelstaten en de koning: de voorzitter van elke deelregering legt de eed af in handen van de koning.

Op politiek vlak bestaat er strikt genomen geen organieke band tussen de koning en de regeringen van de deelstaten.

De koning, zonder zich te mengen in de interne werking van die instellingen, wint echter informatie in over het leven in die deelstaten, hun plannen en verwezenlijkingen.