Gemeenten

De gemeenten bestonden reeds vóór de Belgische staat en ze werden erkend door de grondwet van 1831. Hun organisatie is bepaald in de wet van 1836. In 1988 verscheen de nieuwe gemeentewet. Van bij het begin van hun oprichting was er sprake van 'gemeentelijke autonomie'. Dat betekent niet dat de gemeentelijke verkozenen alles mogen doen, maar wel dat ze over een ruime autonomie beschikken in het kader van de bevoegdheden die ze uitoefenen, onder toezicht van de hogere overheden. Ieder gewest oefent het toezicht uit op de gemeenten van zijn grondgebied. Het toezicht van de andere overheden, met name de gemeenschappen en de federale staat, op de gemeenten, is beperkt tot de terreinen waarvoor de gemeenschappen en de federale staat bevoegd zijn.